Goed poetsen betekent alle tandoppervlakken bereiken met lichte druk. Een vaste volgorde helpt je om niets over te slaan, of je nu met een handborstel of elektrisch poetst.

hoe tanden poetsen

Begin met een vaste route

  1. Neem de binnenkant van de tanden en kiezen in de onderkaak.
  2. Poets daarna de buitenkant en de kauwvlakken.
  3. Herhaal die route in de bovenkaak.
  4. Vergeet de achterkant van de laatste kiezen en de overgang naar het tandvlees niet.

Een andere vaste route mag ook, zolang je alle oppervlakken meeneemt. Het Nederlandse basisadvies is twee keer per dag twee minuten poetsen met fluoridetandpasta.

Met een handtandenborstel

Zet de borstel bij de tandvleesrand schuin, ongeveer onder 45 graden, en maak korte, rustige bewegingen. Schrob niet met grote halen over meerdere tanden. Houd de druk licht en kies een zachte borstelkop waarmee je ook achterin kunt komen.

Met een elektrische tandenborstel

Bij een ronde roterende kop plaats je de haren langs het tandoppervlak en de tandvleesrand. Laat de borstel enkele seconden werken en schuif rustig verder. Je hoeft niet standaard 10–15 seconden op één plek te blijven. Voor een sonisch systeem volg je de eigen gebruiksaanwijzing.

Na het poetsen

Spuug de overtollige tandpasta uit. Spoel de borstel schoon en laat hem drogen. Bespreek welk hulpmiddel je daarnaast nodig hebt voor de tussenruimten. Poetsen alleen bereikt niet iedere plek even goed.

Blijven bepaalde plekken lastig of bloedt je tandvlees regelmatig? Neem je borstel mee naar de mondzorgpraktijk en vraag om een praktische instructie.

Bronnen en actualisering

Redactioneel bijgewerkt op 21 oktober 2026. Algemene informatie; geen individuele diagnose of behandeladvies.